Hulpgids dossier
Achtergrond PTSD & fear
PTSS is lange tijd vooral gezien als een angststoornis: een overgevoelig alarmsysteem dat te snel reageert op signalen van gevaar. Dat model heeft veel betekenis gehad, zeker voor het begrijpen van herbelevingen, schrikreacties en vermijdingsgedrag. Maar nieuw onderzoek laat zien dat dit klassieke beeld niet voor iedereen klopt. Een grote groep mensen met PTSS blijkt namelijk niet vooral last te hebben van angst, maar van iets heel anders: emotionele pijn.
Juist dat sluit nauw aan bij wat we kennen van complexe PTSS (cPTSS). Bij mensen die langdurig onveiligheid, verwaarlozing of chronische stress hebben meegemaakt, ligt de kern vaak niet in angst, maar in diepgewortelde pijn, schaamte, verlies van eigenwaarde en moeite met het reguleren van emoties en relaties. Dat maakt begrijpelijk waarom de nieuwe onderzoeksbevindingen zo herkenbaar zijn: ze laten zien dat PTSS niet één patroon volgt. Bij acute trauma’s overheerst dreiging; bij vroegkinderlijke of langdurige trauma’s ontstaat eerder de brede, meer relationele en emotionele ontregeling die we zien bij cPTSS.
Emotionele pijn verwijst naar gevoelens van intens verdriet, schaamte, schuld, verlatenheid en een diepe innerlijke pijn die moeilijk te verdragen is. In dit profiel staat niet de dreiging centraal, maar het gevoel “fundamenteel iets mis met jezelf te zijn”. Deze groep patiënten herbeleeft het trauma minder als gevaar en meer als verlies, beschadiging of afwijzing. Waar angst draait om bedreiging van buitenaf, speelt emotionele pijn zich juist meer van binnen af.
Het onderzoek laat zien dat deze twee groepen ook verschillende hersennetwerken gebruiken wanneer ze met traumatische herinneringen worden geconfronteerd. Angst activeert vooral de systemen die betrokken zijn bij dreigingsherkenning. Emotionele pijn activeert netwerken die te maken hebben met zelfbeeld, emoties en sociale verbinding. Dat is een belangrijk inzicht: PTSS is dus geen eenvormige stoornis, maar heeft meerdere emotionele routes.
Hoewel het artikel zelf ACE’s (Adverse Childhood Experiences) niet noemt, sluit dit onderscheid nauw aan bij wat we in de kliniek dagelijks zien. Mensen die opgroeien in vroegtijdige, chronische onveiligheid ontwikkelen vaak een ander stresspatroon dan mensen die één duidelijk afgebakend trauma meemaken. Bij de eerste groep overheerst vaak een verstoord innerlijk kompas: het gevoel tekort te schieten, niet waardevol te zijn of voortdurend te moeten opletten om emotioneel te overleven. Bij de tweede groep staat meestal de angstreactie centraal.
Het is daarom goed voorstelbaar dat de twee PTSS-profielen deels terug te voeren zijn op verschillen in vroege ervaringen. Chronische onveiligheid tast het fundament aan waarop een kind zichzelf begrijpt en waardeert. Dat levert later vaker emotionele pijn op dan angst. Acute, eenmalige traumatische gebeurtenissen kunnen juist een zeer sterke dreigingsreactie achterlaten, waardoor angst het belangrijkste symptoom wordt.
Nieuwe inzichten laten zien dat PTSS niet één emotioneel profiel heeft.
Bij een deel van de mensen staat angst centraal: een overactief alarmsysteem dat voortdurend dreiging signaleert. Bij anderen overheerst emotionele pijn: diepe gevoelens van verdriet, schuld, schaamte en innerlijke onrust.
Beide beelden vallen onder PTSS, maar ontstaan uit verschillende emotionele routes in het brein. Dit helpt verklaren waarom patiënten zo uiteenlopende klachten kunnen hebben, en waarom behandelingen soms heel verschillend moeten worden ingericht.
Dit onderscheid is niet alleen theoretisch nuttig; het heeft directe gevolgen voor de behandeling.
Bij fear-based PTSS werkt exposure-therapie vaak goed: het brein leert opnieuw dat de herinnering niet levensbedreigend is.
Bij emotional-pain–based PTSS is vaak een andere invalshoek nodig, meer gericht op betekenisgeving, zelfbeeld, relationele veiligheid en het verwerken van verlies of schaamte. Deze mensen hebben niet alleen last van herinneringen, maar van wat die herinneringen over henzelf lijken te zeggen.
Deze nieuwe inzichten verrijken ons begrip van PTSS. Ze maken duidelijk dat we niet alleen moeten kijken naar wat iemand heeft meegemaakt, maar ook naar hoe iemand dat binnenin zichzelf is gaan dragen. PTSS is geen uniforme reactie; het is een verzameling manieren waarop het brein probeert te overleven, soms vanuit angst, soms vanuit pijn.
Bron
Ben-Zion Z, Basol EZ, Simon AJ, Abargil M, Samonek K, Paterson M, Spiller TR, Duek O, Just S, Preller K, Keynan JN, Admon R, Liberzon I, Shalev AY, Hendler T, Levy I, Joormann J, Scheinost D, Harpaz-Rotem I. Dissecting Fear and Emotional Pain in Posttraumatic Stress Disorder: From Symptom Networks to Neural Signatures. Biol Psychiatry. 2025 Nov 29:S0006-3223(25)01645-2. doi: 10.1016/j.biopsych.2025.11.016. Epub ahead of print. PMID: 41319905; PMCID: PMC12784315.


